otto

maart 30, 2009

Als alles goed gaat heb ik binnen onafzienbare tijd een voorlopig rijbewijs. Hoera!

Wat is de volgende, logische stap? Een auto kopen.

Godverdoemme. Wat is me dat voor een gezever! Zoveel keuze! Hoe weet je nu wat voor jou de beste auto is?

Lolliepop, een kenner, kan ook niet helpen. Want bij iedere auto vraag ik, ‘allez, is dat nu een goede auto voor mij?’ Zegt ie ‘ha ja, het is maar te zien wat ge ermee wilt doen, hoelang ge ermee wilt rijden.’
Weet ik veel! Ik zal ermee gaan werken en de kinderen vervoeren naar hier en daar. Als je het mij vraagt moet in de auto alleen kinderzitjes, autogordels, remmen en gaspedaal en al die tralala zitten en dat is het.

Ik word er gek van. Conclusie van het verhaal is dat ik aan hubbie heb gezegd dat hij mag kiezen voor mij. Wat hij ook gedaan heeft. Het wordt een Volkswagen Toeran.

Of Touran? Doet er niet toe, het heeft vier wielen, het rijdt op benzine of diesel, en het is veilig. Punt.

He’s back

maart 26, 2009

Otis was weer weggelopen. Hij was opgepakt door Veeweyde, waar we hem na twee dagen ongedeerd konden ophalen. Oef.

We moeten toch iets doen aan die hond zijn voortplantingsdrang en opdringerigheid. Want hij loopt weg om te euh copuleren met wijfkes, vermoeden we. Hij heeft anders wel een lief hoor, dat is onze eigenste Lollipop.

Grote liefde is dat, die hij voor zijn baasje heeft. Wanneer Lolliepop aan het ravotten is met de kinderen, en zijn t-shirt komt uit zijn broek waardoor een stukje rug bloot is, begint Otis daar meteen verwoed te likken. Mh.

En de liefde gaat ver, oh ja. Otis doet dingen bij Lolliepop, waarvan ik gillend zou gaan lopen, ondertussen luid ‘YUK eikes vies brbbrbbrb water water water waaaaaaaaaater!’ roepend. Ik heb beloofd er niet over te bloggen, dus ik laat het over aan de fantasie. Maak er maar wat van. Denk bloot vlees. En nu stop ik.

Ta gueule

maart 23, 2009

De rijlessen gaan vlot, enfin, ik mag een positieve ingesteldheid hebben volgens de rij-instructeur. Ik vergis me niet zo vaak meer van pedaal. En ik moet zelf zeggen, afgezien van de manoeuvres, dat het vrij goed gaat. Als het stil is.

Want die instructeurs die tetteren mij de oren van het lijf. En vragen stellen. ‘Waarom moet je hier je pinker opzetten, hoe snel mag je rijden, pas op voor dat, heb je die fietser gezien?’.Of zo ‘En op de verhoogde berm mag je………’. Euh, een pirouette draaien? Zwaaien naar je tegenligger? Moonen?

Erger dan mijn moeder, die de gave heeft om méters op voorhand te voorspellen wat de tegenligger gaat doen, kan bijna niet. ‘Pas op he Jacques, die wilt hier misschien afdraaien, pas op voor de voetganger (gewoon, op de stoep), kijkt uit waar ge rijdt he, taratataaaa’. Wel, die instructeurs zijn een challenge voor haar.

Akkoord, het is hun job. En het is geen blablabla dat ze verkopen. Maar een beetje stilte is toch ook bevorderlijk voor de concentratie?

Keuvelen

maart 19, 2009

Arnt, out of the blue, aan tafel : ‘Euh Jon, trouwens, Emilia is niet meer verliefd op u.’

Jon: ‘Ja, maar Kasper is nog verliefd op mij. Kasper heeft gezegd on ik ga trouwen.Met Kasper. En Maxim ook.’

‘Arnt: ‘Mamaaaa, jongens kunnen niet trouwen met elkaar.’

Ik: ‘Jawel Arnt, dat kan wel. Meisjes kunnen met elkaar trouwen en jongens kunnen met elkaar trouwen.’

Arnt: ‘Ah dan trouw ik met Jon. Oh nee, met Kasper. Oh nee, met euh, Emilia.’

Ter info, Emilia is wel degelijk een meisje, maar het zou mij niet verwonderen mocht ze rechtstaand plassen. Met twee grote broers in huis, kan ze haar mannetje staan tussen de jongens. Voor de jongens is Emilia one of  the guys. Coole chick, al op jonge leeftijd. Dat belooft!

Danger

maart 17, 2009

Mijn eerste rijles zit erop. Jaja. Met een Opel break, hup, de Leuvense ring op. Dan nog een beetje tuffend in een industriepark, zegt de instructeur ‘Awel, ik heb geen schrik bij jou in de wagen’.

Goed dat toch één iemand geen schrik heeft. Want mijn pollekes plakten aan het stuur van angstzweet. Ik heb niets laten merken aan de instructeur, want ik wil dat hij mij binnen achttien uur een voorlopig rijbewijs geef. Dus ik lach dapper en zeg, ‘Oh maar ik doe het graag, zo rijden’.  Ballen Gerard!

Enfin, we tuffen dus terug de ring op, zegt ie, ‘Parkeren zullen we ook eens proberen’. Oh jee. Tijdens het rijden heb ik mij al een paar keer vergist van pedaal, maar het was hem niet opgevallen. Nu kan ik geen fout maken. Het manoeuvre begint, ik snap er niets van maar voer uit wat hij zegt. Zo en zo draaien aan uw stuur, lalalaa. Ineens roept hij ‘En nu remmen’. Vanwaar komt dat nu ineens? Ik schiet in paniek, en druk in volle overtuiging de gaspedaal in. ‘Remmen!’ ‘Ja, dat doe ik toch’

Achteraf wou hij niet geloven dat ik mij echt vergiste, en keek hij me raar aan. ‘Ja Zoé, dat ging goed, alleen dat laatste akkefietje, ik zal het u vergeven, maar wat daar aan de hand was?’

Ik weet wat daar aan de hand was. Ik moet een grote groene sticker op de gaspedaal plakken met drie letters op: G A S. En op de rempedaal een rode sticker met S T O P, deze vier letters. Zou dat mogen? Het is het proberen waard.

Capriolen

maart 16, 2009

Boeken kan ik erover schrijven, over de fratsen van de kinderen. Van kak en pishistories over eetgedrag tot het volume dat ze produceren, de kinderen geven mij inspiratie.

En stof tot nadenken, want waarom stopt Jon zijn neusje vol met brood? Waarom valt Liv steevast met haar hoofd eerst op grond? Waarom willen Arnt en Jon op dezelfde plaats in bad zitten? Wat denkt Arnt wanneer hij zijn wenkbrauwen fronst tijdens het fietsen? Waarom schudt Jon met zijn hoofd tijdens het lopen, liefst ‘Euheujeujeujeuj’ roepend? Al die energieverspilling!

Of wat met het volgende? Arnt en Jon komen, en halfuurtje nadat ik ze in bed heb gelegd, naar beneden. Plots zie ik twee witte gezichtjes achter het melkglas van de deur. ‘Awel, moeten jullie niet in bed liggen?’ (Ok, dat is een heel slechte vraag, ik weet het, een mondig kind antwoordt gewoon, neen) Jon: ‘Mama, ik heb een verrassing. Arnt kan de ‘r’ zeggen. Ja hoor.’ Arnt die staat erbij en kijkt ernaar. Oud nieuws, denkt hij, wat het ook is. Ik vraag mij dan af, wat was hun drijfveer om hun warm bed te verlaten en een halfuur in de gang, doodstil achter de deur te staan? Ik zou het er niet voor over hebben.

Wat ik wel begrijp is het volgende: je lepelt de chocopot leeg omdat het lekker is, je maakt ruzie om de blauwe auto omdat die lekker rijdt, je knuffelt je zus omdat ze lekker ruikt. Zie je, ik kan ze toch een béétje begrijpen. Oef.

hauteur

maart 11, 2009

Grote mensen worden meer geconfronteerd met hun lengte dan kleine mensen. Het valt je niet op dat mensen groter zijn dan jezelf, enfin,het valt mij in ieder geval niet vaak op. Ik merk het wel wanneer iemand kleiner is. Mijn hart maakt dan altijd een sprongetje.

Maar, iedere dag dat ik de kinderen sta op te wachten aan hun nieuwe school, word ik mij pijnlijk bewust van mijn 156cm. Want, groot dat die mensen hier zijn! Groot! Ik moet naar iedereen opkijken. Enkelen zijn van mijn klasse, zeg maar, en daar ga ik dan snel naast staan.

Vandaag dan maar mijn hoge hakken uitgepakt, en aangedaan. Had ook een trainingsbroek aan, nu zie ik er naast klein ook marginaal uit. Of excentriek, het is hoe je het wil. Hou het maar op het laatste.

o wonder boven wonder

maart 9, 2009

Nadat ik tientallen proefexamens maakte, waarvan ik maar één keer geslaagd uit de bus kwam, heb ik mij toch gewaagd aan het theoretisch examen van het rijbewijs B. Groot was mijn verbazing toen aan het einde van de vragen op het scherm te lezen was dat ik geslaagd was. 41 op 50, geen verpletterende score, maar net genoeg. En genoeg is genoeg.

Hop naar het volgende, de praktijklessen. Piece of cake als je het mij vraagt. Echt.

Er zijn mensen, enfin, ik ken mensen die smalend reageren op bestuurders van wagens met een automatische versnelling. Mij kan het, om het oep zijn Antwaarps te zeggen, geen boem scheile. Als ik maar rijd in een dinges op vier wielen, en als ik maar droog en windvrij zit. Ik begrijp de meerwaarde echt niet van versnellingen.

Dus leer ik rijden met een auto met automatische versnellingen. Simpel, zoals het leven is.

Zelfkastijding

maart 8, 2009

Ik heb helemaal geen schroom meer om te vertellen, of eerder toe te geven, dat ik nog geen rijbewijs heb. Ja, ik ben 32, heb 3 kinderen, vast werk, net een huis verkocht/gekocht, en geen rijbewijs. Tot nu toe heb ik het nog niet echt nodig gehad. En toen ik de mogelijkheid had het te halen was ik a. te lui of b. waren andere dingen interessanter.

Trouwens, in mijn Antwerpse kennissenkring was ik bijlange de enige niet. In de stad doe je toch alles met de fiets, niet? Kinderen afhalen, naar de zoo gaan, gaan werken, ik was overal snel met mijn trouwe tweewieler.

Maar nu wonen we dus in het landelijke Vrebos, in een streek die wordt gekenmerkt door het glooiende landschap. Jawadde! Bergop is hier wel écht bergop. Met een fietskar en een kleine op uw fietstoel valt dat niet mee.
Bovendien wonen we op een van de hoogste punten van de streek. De school ligt een stuk lager, en tot nu toe ga ik de jongens nog steeds ’s middags van school halen om thuis te eten, waarna ik ze terug afzet.

Mijn eerste woord dat ik uitbreng wanneer ik thuiskom na mijn ritje, is, sorry he, ‘FUCK!’ ‘Stoemme kiek!’ komt er meestal na.

En zo komt het dat ik mij aan het voorbereiden ben op het theoretisch examen. Ik haal een gemiddelde van achttien op vijftig, dat is goed voor mij. Ik kom van een gemiddelde van twee. Goed he.

Fingers crossed dus, want het examen is heel dichtbij, en bovendien begin ik binnen drie weken op mijn nieuwe job, waar ik moeilijk geraak met het openbaar vervoer. Ik M O E T dus een voorlopig rijbewijs hebben. Bwa, zo’n beetje pressure kan geen kwaad zeker?