Het zijn hoogdagen voor lelijkerds. Sinds het succes van series zoals ‘Sara’ en ‘Ugly Betty’, waarin onknappe hoofdpersonages mooi weer maken, is het in om lelijk te zijn.

Neem nu die hele Tektonik-rage. Vergis ik mij als ik denk dat het daarbij om ter lelijkst gaat? Wie Tektonik is kleedt zich om ter lelijkst met de meest vloekende schreeuwende kleuren (letterlijk). Het dansen, waar het bij Tektonik eigenlijk om gaat, is een afleidingsmanoeuvre geworden. Ha ja, bij het Tektonik dansen hou je regelmatig je handen voor je gezicht, of je draait wat met je hoofd. Dat is omdat in de Tektonik-dancings (dat bestaat zeker?) iedereen zo’n mottige kleren draagt en zo’n yukkie kapsel heeft, dat je het niet lang kan aanzien.

Nog iets. In mijn kennissenkring is er de laatste jaren een babyboom. Meestal zijn babiekes heel schone dingskes, rozig en blozend enzo, in het beste geval met een toefje pluizig haar op het perfekt rond koppeke. Maar soms zitten er toch wel gedrochten tussen. Ik raak nu misschien een taboe aan, maar allez, wie kan nu zeggen dat hij nog nooit een lelijke baby heeft gezien? En dat is wel positief aan de ugly-rage. Nu kan je gerust tegen een ouder met een lelijke baby zeggen: ‘Amai wat een lelijk kind. Maar het is wel trendy he? Allez, proficiat.’